ECLI:NL:HR:2025:23

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 januari 2025
Publicatiedatum
19 december 2024
Zaaknummer
24/00549
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 287 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens poging tot doodslag in Arnhem

In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag, gepleegd in 2022 in Arnhem, waarbij hij het hoofd van zijn moeder sloeg, haar hoofd tegen de grond bonkte en haar met een mes in het bovenbeen stak. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 5 februari 2024 uitspraak gedaan in deze strafzaak.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. Namens hem diende advocaat E. Düsünceli een schriftuur in. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Hiermee werd het ontslag van alle rechtsvervolging bevestigd.

Het arrest werd op 7 januari 2025 gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, samen met raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, en uitgesproken in openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het ontslag van alle rechtsvervolging bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00549
Datum7 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 februari 2024, nummer 21-003903-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Düsünceli, advocaat in Arnhem, een schriftuur ingediend.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 januari 2025.