Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het zevende cassatiemiddel
3.Beoordeling van het achtste cassatiemiddel
4.Beslissing
18 februari 2025.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig jaar. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, maar verwierp het beroep voor het overige.
De Hoge Raad heeft de eerste zeven cassatiemiddelen verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het achtste cassatiemiddel, dat betrekking had op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, werd gegrond verklaard.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en verminderde de gevangenisstraf van twintig jaar naar negentien jaar en zes maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan op 18 februari 2025 door de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van twintig jaar naar negentien jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.