ECLI:NL:HR:2025:260

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2025
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
23/03949
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in octrooizaak over inventiviteitsvraag

Teva B.V., Teva Nederland B.V. en Pharmachemie B.V. hebben cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 augustus 2023, waarin het hof oordeelde over de inventiviteit van een octrooi. De zaak betreft een intellectueel-eigendomsrechtelijk geschil met Bristol-Myers Squibb Holdings Ireland Unlimited Company (BMS).

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Teva c.s. beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Teva c.s. is in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten in cassatie aan BMS, vastgesteld op €857 aan verschotten en €60.000 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een zesde raadsheer op 14 februari 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Teva c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/03949
Datum14 februari 2025
ARREST
In de zaak van
1. TEVA B.V.,
gevestigd te Haarlem,
2. TEVA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Haarlem,
3. PHARMACHEMIE B.V.,
gevestigd te Haarlem,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Teva c.s.,
advocaat: A.M. van Aerde,
tegen
BRISTOL-MYERS SQUIBB HOLDINGS IRELAND UNLIMITED COMPANY,
gevestigd te Dublin, Ierland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: BMS,
advocaten: T. Cohen Jehoram en J.J. Valk.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/646434 / KG ZA 23-322 van de rechtbank Den Haag van 31 mei 2023;
b. het arrest in de zaak 200.328.173/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 augustus 2023.
Teva c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
BMS heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor BMS mede door R. Sheombar.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

2.1
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dienen Teva c.s. te worden verwezen in de proceskosten. Nu BMS op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie heeft gevorderd en partijen overeenstemming hebben bereikt over de ter zake op de voet van deze bepaling toe te schatten kosten, zal de Hoge Raad dienovereenkomstig beslissen (Indicatietarieven in octrooizaken Hoge Raad punt 4).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Teva c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BMS begroot op € 857,-- aan verschotten en € 60.000,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Teva c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
14 februari 2025.