Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
14 februari 2025.
Hoge Raad
Teva B.V., Teva Nederland B.V. en Pharmachemie B.V. hebben cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 augustus 2023, waarin het hof oordeelde over de inventiviteit van een octrooi. De zaak betreft een intellectueel-eigendomsrechtelijk geschil met Bristol-Myers Squibb Holdings Ireland Unlimited Company (BMS).
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Teva c.s. beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Teva c.s. is in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten in cassatie aan BMS, vastgesteld op €857 aan verschotten en €60.000 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een zesde raadsheer op 14 februari 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Teva c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.