ECLI:NL:HR:2025:266

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
14 februari 2025
Zaaknummer
22/02416
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 lid 1 SrArt. 6 lid 1 EVRMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak openlijke geweldpleging bevestigd met vermindering taakstraf wegens termijnoverschrijding

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd vrijgesproken van openlijke geweldpleging. De feiten betreffen een conflict in een rokersruimte van een café, waarna verdachte op straat met een afgebroken fietsenstandaard zou hebben geslagen. Het hof oordeelde dat het niet aannemelijk was dat verdachte de fietsenstandaard enkel had opgeraapt en ongebruikt had vastgehouden, en hechtte geen waarde aan zijn ontkenningen.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen met betrekking tot de duur van de opgelegde taakstraf, die volgens hem verminderd moest worden naar de gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de bewezenverklaring en het oordeel van het hof niet tot cassatie konden leiden. Tevens stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn was overschreden, wat een vermindering van de taakstraf rechtvaardigde.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de taakstraf en vervangende hechtenis, en stelde de taakstraf vast op 180 uur en de vervangende hechtenis op 90 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de vrijspraak van openlijke geweldpleging definitief bleef staan.

Uitkomst: Vrijspraak openlijke geweldpleging bevestigd, taakstraf verminderd naar 180 uur wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02416
Datum18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 juni 2022, nummer 23-000165-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.J.M. Jansen, advocaat in Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens de benadeelde partij [benadeelde 1] heeft mr. F.J.M. Hamers, advocaat in Rotterdam, een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van tweehonderd uren, subsidiair honderd dagen vervangende hechtenis.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf in die zin dat de taakstraf 180 uren beloopt, subsidiair 90 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 februari 2025.