Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
18 februari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over meermalen gepleegde valsheid in geschrift met betrekking tot goede-doelenstichtingen waarvan verdachte bestuursvoorzitter is.
De Hoge Raad heeft de cassatiemiddelen van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest, zonder nadere motivering vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro. Wel is ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zestien maanden (waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar) tot vijftien maanden en drie weken, waarvan tien maanden voorwaardelijk met dezelfde proeftijd. Het beroep is voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijftien maanden en drie weken, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.