ECLI:NL:HR:2025:3

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2025
Publicatiedatum
9 december 2024
Zaaknummer
23/01857
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140.1 SrArt. 359 lid 2 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak bij openlijke geweldpleging ondanks betwisting herkenning verdachte

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor openlijke geweldpleging tijdens een voetbalwedstrijd in Waalwijk in 2021. De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken. Het hof bevestigde deze vrijspraak, waarbij het uitgebreid inging op de betrouwbaarheid van de herkenning van de verdachte door een opsporingsambtenaar.

De verdediging voerde aan dat de herkenning onbetrouwbaar was, onder meer vanwege de scherpte van de foto en gelijkenis met de verdachte. Het hof heeft deze argumenten beoordeeld en gemotiveerd verworpen, mede omdat de opsporingsambtenaar de verdachte kende uit zijn functie als supportersbegeleider, wat de betrouwbaarheid van de herkenning versterkt.

De verdachte stelde cassatie in met het middel dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het was afgeweken van het door de verdediging onderbouwde standpunt over de herkenning. De Hoge Raad oordeelde echter dat het cassatiemiddel faalt, verwijzend naar de conclusie van de advocaat-generaal, en verwierp het beroep. Hiermee bleef de vrijspraak in stand.

Uitkomst: Hoge Raad verwierp cassatieberoep en handhaafde vrijspraak wegens voldoende motivering betrouwbaarheid herkenning verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01857
Datum21 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 april 2023, nummer 20-001612-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A. Darrazi, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid Pro 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de betrouwbaarheid van de herkenning van de verdachte door de opsporingsambtenaar.
2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 januari 2025.