Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
21 februari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over kinderalimentatie tussen ouders na beëindiging van hun samenlevingsovereenkomst. De moeder vordert een hogere bijdrage van de vader voor hun minderjarige kind, terwijl de vader ook onderhoudsplicht heeft voor een meerderjarige zoon uit een eerdere relatie die studeert.
De rechtbank had lagere alimentatiebedragen vastgesteld, het hof wijzigde deze en hield rekening met de onderhoudsverplichting voor de meerderjarige zoon, waardoor de draagkracht van de vader werd verminderd. De moeder stelde in cassatie dat deze vermindering onterecht was omdat de onderhoudsplicht voor een meerderjarig kind stopt bij 21 jaar.
De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke onderhoudsplicht eindigt bij 21 jaar als het kind in staat is zelf in levensonderhoud te voorzien, ook al volgt het een studie. Morele of contractuele verplichtingen kunnen bestaan, maar mogen niet ten laste van de draagkracht voor het minderjarige kind worden gebracht. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling, waarbij ook de woonlasten van de vader opnieuw moeten worden bekeken.
De uitspraak benadrukt de voorrang van onderhoudsplicht voor minderjarige kinderen boven die voor meerderjarige studerende kinderen en verduidelijkt de toepassing van art. 1:400 lid 1 en Pro art. 1:397 lid 2 BW Pro bij de berekening van kinderalimentatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van de draagkracht en kinderalimentatie.