Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
11 maart 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) uit hennepteelt. De betrokkene had zich tegen deze vordering verzet, maar het hof had het voordeel geheel aan hem toegerekend.
In cassatie stelde de betrokkene meerdere klachten voor, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad hoefde zijn oordeel niet nader te motiveren omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Dit leidde echter niet tot een andere rechtsgevolg in deze ontnemingszaak. In een samenhangende strafzaak zal de termijnoverschrijding nader worden beoordeeld.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennepteelt geheel aan de betrokkene kon worden toegerekend.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de volledige toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de betrokkene.