Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
11 maart 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 december 2023, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot moord. De poging tot moord vond plaats in 2021 in Alkmaar, waarbij de verdachte na een ruzie een ander opwachtte en op circa 6,5 meter afstand met een geweer met geluiddemper in de kaak schoot.
In cassatie heeft de verdachte zich laten bijstaan door advocaat R.J.A. Verhoeven. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. Vanwege het ontbreken van een schriftelijk standpunt van de procureur-generaal heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand en is het cassatieberoep van de verdachte afgewezen.
Het arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 11 maart 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.