Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
11 maart 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het veroorzaken van een ontploffing door het ontsteken van een giertank gevuld met vijf kilogram carbid in het centrum van Joure op oudjaarsavond 2020. Deze ontploffing heeft schade toegebracht aan omliggende panden.
Het cassatieberoep is ingesteld door de verdachte, vertegenwoordigd door advocaat J. Boksem. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen over het beroep. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad besloten het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest werd uitgesproken op 11 maart 2025 door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het gerechtshof in stand blijft.