ECLI:NL:HR:2025:368

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2025
Publicatiedatum
7 maart 2025
Zaaknummer
24/00890
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:904 lid 1 BWArt. 6 EVRM
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in kerkelijk ontslagzaak

In deze zaak stond het beroep van eiseres tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam centraal, waarin het ging om een geschil over kerkelijk ontslag. De feiten en eerdere uitspraken van rechtbank en hof zijn niet inhoudelijk herhaald, maar de Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiseres beoordeeld op de klachten die zij tegen het hof had ingebracht.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.

Het beroep werd derhalve verworpen. Daarnaast werd eiseres veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, met een specificatie van verschotten en salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig betaald.

De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof en sluit het proces in cassatie af zonder inhoudelijke wijziging van de eerdere beslissingen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/00890
Datum7 maart 2025
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. PROTESTANTSE GEMEENTE TE EDAM,
gevestigd te Edam, gemeente Edam-Volendam,
2. CLASSIS NOORD-HOLLAND,
gevestigd te Barsingerhorn, gemeente Hollandse Kroon,
3. PROTESTANTSE KERK IN NEDERLAND,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: PKN c.s.,
advocaat: M.S. van der Keur.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/15/321829/HA ZA 21/585 van de rechtbank Noord-Holland van 23 februari 2022 en 13 juli 2022;
b. het arrest in de zaak 200.319.231/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 december 2023.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
PKN c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor PKN c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PKN c.s. begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
7 maart 2025.