Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:370

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 maart 2025
Publicatiedatum
10 maart 2025
Zaaknummer
23/04370
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 3 C OpiumwetVerordening (EU) 2021/2115VWEU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt strafbaarheid van hennep met THC-gehalte onder 0,2% en CBD-olie

De zaak betreft het bezit van 799,93 gram hennep met een THC-gehalte van minder dan 0,2%, bedoeld voor de productie van CBD-olie, eveneens met een THC-gehalte onder 0,2%. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had geoordeeld dat deze hennep en de daarmee gemaakte CBD-olie strafbaar zijn en vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om inhoudelijk te motiveren omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad bevestigt hiermee dat hennep en CBD-olie met een THC-gehalte onder 0,2% onder de Opiumwet vallen en strafbaar zijn. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 18 maart 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de strafbaarheid van hennep en CBD-olie met THC-gehalte onder 0,2%.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04370
Datum18 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 november 2023, nummer 21-004887-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat in Arnhem, en S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 maart 2025.