ECLI:NL:HR:2025:393
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2018
Belanghebbende maakte beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 mei 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2018 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente had behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 14 maart 2025 in het openbaar gewezen door de raadsheren Feteris (voorzitter), Boerlage en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.