ECLI:NL:HR:2025:396
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2012
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 3 november 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2012 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 14 maart 2025 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.