Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Waar het in deze zaak om gaat
3.De overwegingen van het hof
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2018 tot en met 2 mei 2018 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2018 tot en met 2 mei 2018 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2018 tot en met 28 mei 2018 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland,
hij op of omstreeks 16 april 2018 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal,
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 1 juli 2018 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland,
4.Juridisch kader
Wetboek van Strafvordering
5.Bijstelling van eerdere rechtspraak
Als de officier van justitie een machtiging van de rechter-commissaris vordert, moet in deze vordering voldoende concreet worden omschreven welk onderzoek aan de elektronische gegevensdrager of het geautomatiseerde werk zal worden verricht en hoe dit onderzoek zal worden uitgevoerd. Bij het verlenen van een machtiging voor het gevorderde onderzoek kan de rechter-commissaris zo nodig nadere eisen stellen aan het te verrichten onderzoek. In het geval dat de officier van justitie de uitvoering van het onderzoek op grond van artikel 148 lid 2 Sv Pro opdraagt aan opsporingsambtenaren, wordt het onderzoek verricht in overeenstemming met de omschrijving van het onderzoek in de vordering van de officier van justitie die aan de door de rechter-commissaris verleende machtiging ten grondslag ligten de eventueel in de machtiging van de rechter-commissaris gestelde nadere eisen.
7.Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld
8.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
9.Samenvatting
10.Beslissing
18 maart 2025.