Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
25 maart 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor doodslag gepleegd in 2020 in Amsterdam, waarbij hij naar aanleiding van een ruzie in een hostel een ander met een mes in de borst stak. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en heeft de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. Vervolgens heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en heeft op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, met raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, en de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg. Het arrest werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 maart 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.