Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
25 maart 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over verduistering en diefstal met valse sleutels door de geregistreerd partner van de kleinzoon van de aangeefster. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen voor de strafoplegging, met een voorstel tot vermindering van de straf. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het gehele arrest konden leiden en dat motivering niet noodzakelijk was vanwege het ontbreken van een belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde taakstraf tot 95 uren, met een subsidiaire hechtenis van 47 dagen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor het onderdeel van de strafoplegging en verwierp het beroep voor het overige. Hiermee werd de straf verminderd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, conform de jurisprudentie omtrent artikel 6 EVRM Pro.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 95 uren, subsidiair 47 dagen hechtenis wegens overschrijding van de redelijke termijn.