Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
25 maart 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van handel in cocaïne. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Namens de verdachte diende advocaat P.C. Saris een cassatiemiddel in, terwijl de advocaat-generaal het beroep adviseerde te verwerpen.
De Hoge Raad heeft de klachten van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de lichte straf van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een taakstraf van tachtig uur, verbindt de Hoge Raad hieraan geen verdere rechtsgevolgen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof waarin de bewezenverklaring van medeplegen van handel in cocaïne is gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bewezenverklaring van medeplegen handel in cocaïne wordt bevestigd.