Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
1 april 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de strafduur, met vermindering van de gevangenisstraf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Omdat het cassatieberoep meer dan twee jaar heeft geduurd, is de redelijke termijn overschreden zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Dit leidt tot een strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest uitsluitend inzake de strafduur en vermindert de gevangenisstraf van dertien maanden naar twaalf maanden en twee weken. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren Kooijmans en Dalebout.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot twaalf maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.