Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
1 april 2025.
Hoge Raad
De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor mishandeling van zijn partner en kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, bestaande uit een contactverbod en een gebiedsverbod voor drie jaar. Het contactverbod verbiedt de verdachte op geen enkele wijze contact te zoeken of hebben met het slachtoffer. Het gebiedsverbod verbiedt de verdachte zich op te houden in de straat waar het slachtoffer woont, alsmede in het gebied waar het slachtoffer woonachtig is.
In cassatie klaagt de verdachte over de formulering van het contactverbod, omdat het slachtoffer ook contact kan zoeken, en over het gebiedsverbod, omdat het gebied onvoldoende precies is omschreven. De Hoge Raad oordeelt dat het contactverbod correct aansluit bij artikel 38v lid 2 sub b Sr en dat de verdachte zich moet onthouden van contact met het slachtoffer gedurende drie jaar.
Het gebiedsverbod is echter te vaag geformuleerd doordat het gebied waarbinnen de verdachte zich niet mag bevinden niet voldoende nauwkeurig is omschreven. De Hoge Raad vernietigt daarom dit onderdeel van de maatregel, zodat het gebiedsverbod beperkt blijft tot de specifieke straat waar het slachtoffer woont. Tevens wijst de Hoge Raad op de mogelijkheid om de inhoud van de maatregel te wijzigen op grond van artikel 6:6:23a1 Sv.
De overige klachten van de verdachte worden verworpen. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een duidelijke en precieze omschrijving van vrijheidsbeperkende maatregelen om rechtszekerheid te waarborgen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het gebiedsverbod wegens onvoldoende precisie en bevestigt het contactverbod voor drie jaar.