ECLI:NL:HR:2025:509

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2025
Publicatiedatum
3 april 2025
Zaaknummer
24/00937
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7 lid 1 Brussel I-bisArt. 7 lid 2 Brussel I-bisWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake staking levering auto-onderdelen door Duitse dochtervennootschappen

Eastern Horizon Group Netherlands B.V. (EHG-NL) heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake een geschil met Volkswagen Aktiengesellschaft over de staking van levering van auto-onderdelen door Duitse dochtervennootschappen.

De zaak betreft onder meer de toepassing van artikel 7 lid 2 van Pro Brussel I-bis en de vraag of artikel 7 lid 1 van Pro Brussel I-bis ook ziet op de geldigheid van een vaststellingsovereenkomst. De Hoge Raad verwijst voor het gedingverloop naar eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam.

De Hoge Raad heeft de klachten van EHG-NL beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad ziet geen noodzaak tot motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Het cassatieberoep wordt verworpen en EHG-NL wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waaronder een bedrag van € 3.073,-- aan verschotten en salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Eastern Horizon Group Netherlands B.V. wordt verworpen door de Hoge Raad.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/00937
Datum4 april 2025
ARREST
In de zaak van
EASTERN HORIZON GROUP NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Den Haag,
EISERES tot cassatie,
hierna: EHG-NL,
advocaat: R.L.M.M. Tan,
tegen
VOLKSWAGEN AKTIENGESELLSCHAFT,
gevestigd te Wolfsburg, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Volkswagen,
advocaten: A. Knigge en B.T.M. van der Wiel.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/13/686205 / HA ZA 20-674 van de rechtbank Amsterdam van 24 maart 2021;
b. het arrest in de zaak 200.296.543/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 december 2023.
EHG-NL heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Volkswagen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Volkswagen mede door C.J.D. Warren en R. van Dijken.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Volkswagen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt EHG-NL in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Volkswagen begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien EHG-NL deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
4 april 2025.