Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
4 april 2025.
Hoge Raad
Eastern Horizon Group Netherlands B.V. (EHG-NL) heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake een geschil met Volkswagen Aktiengesellschaft over de staking van levering van auto-onderdelen door Duitse dochtervennootschappen.
De zaak betreft onder meer de toepassing van artikel 7 lid 2 van Pro Brussel I-bis en de vraag of artikel 7 lid 1 van Pro Brussel I-bis ook ziet op de geldigheid van een vaststellingsovereenkomst. De Hoge Raad verwijst voor het gedingverloop naar eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam.
De Hoge Raad heeft de klachten van EHG-NL beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad ziet geen noodzaak tot motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Het cassatieberoep wordt verworpen en EHG-NL wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waaronder een bedrag van € 3.073,-- aan verschotten en salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Eastern Horizon Group Netherlands B.V. wordt verworpen door de Hoge Raad.