Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:512

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2025
Publicatiedatum
3 april 2025
Zaaknummer
24/00597
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:201 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake executoriaal beslag en kwalificatie rechtsverhouding panden

In deze zaak hebben eisers cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 november 2023, waarin het hof een geschil beslecht over executoriaal beslag door een hypotheekhouder en de vraag of de rechtsverhouding tussen juridisch eigenaar en economisch eigenaar van panden als huur kan worden gekwalificeerd volgens artikel 7:201 BW Pro.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen en arresten, waaronder het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 20 oktober 2021 en arresten van het hof van 18 oktober 2022 en 21 november 2023. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten van eisers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Er is geen noodzaak tot motivering omdat de klachten niet raken aan de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding, begroot op een totaal van €3.073,--, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest is gewezen door de president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer ter Heide.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/00597
Datum4 april 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: D.M. de Knijff,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Rabobank,
advocaat: T.E. Booms.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/16/515891 / HA ZA 21-43 van de rechtbank Midden-Nederland van 20 oktober 2021;
b. de arresten in de zaak 200.306.878 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2022 en 21 november 2023.
[eisers] hebben tegen het arrest van 21 november 2023 van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Rabobank heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
4 april 2025.