Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
8 april 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het rijden terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het hof baseerde zich op het feit dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs naar het GBA-adres van de verdachte was verzonden en niet als onbestelbaar retour was gekomen.
In cassatie klaagde de verdediging dat het bewijs ontoereikend was om te concluderen dat de verdachte daadwerkelijk wist of redelijkerwijs moest weten van de ongeldigverklaring. De advocaat-generaal concludeerde dat uit de enkele verzending van het besluit niet kan worden afgeleid dat de verdachte kennis had van de ongeldigverklaring, noch volgde dit uit andere bewijsmiddelen.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel slaagt en vernietigde het arrest van het hof. De zaak is terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling en beslissing. De Hoge Raad benadrukte dat de bewijsvoering niet voldoende was om de vereiste kennis van de verdachte aan te nemen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.