Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:541

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2025
Publicatiedatum
9 april 2025
Zaaknummer
24/01736
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 287 SrArt. 141 lid 1 SrArt. 41 lid 2 SrArt. 37a lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor doodslag en openlijke geweldpleging met TBS

De zaak betreft een veroordeling door het gerechtshof Den Haag van verdachte voor doodslag door het slachtoffer met een mes in de rug te steken en openlijke geweldpleging. Het hof legde een gevangenisstraf van acht jaren en TBS met dwangverpleging op.

Verdachte stelde in cassatie onder meer dat sprake was van noodweerexces en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom TBS met dwangverpleging noodzakelijk was voor de veiligheid van anderen. De Hoge Raad beoordeelde deze klachten en oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat geen sprake was van een noodweersituatie en dat het hof voldoende had gemotiveerd waarom TBS met dwangverpleging noodzakelijk was.

De Hoge Raad verwierp het beroep van verdachte zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot vernietiging van het arrest. Hiermee blijft de veroordeling en de opgelegde straf in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor doodslag en openlijke geweldpleging en de oplegging van acht jaar gevangenisstraf met TBS met dwangverpleging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01736
Datum3 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 april 2024, nummer 22-000079-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 juni 2025.