Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:584

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2025
Publicatiedatum
14 april 2025
Zaaknummer
24/03553
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b lid 1 SrArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van alle rechtsvervolging en oplegging TBS met dwangverpleging bij belaging ex-partner

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 september 2024. De verdachte werd verdacht van belaging van zijn ex-partner, een strafbaar feit onder artikel 285b lid 1 Sr. Het hof sprak ontslag van alle rechtsvervolging uit voor dit feit en legde daarnaast TBS met dwangverpleging op.

De verdediging had onder meer betwist of de oplegging van TBS met dwangverpleging noodzakelijk was, mede in verband met het onderzoek van gegevensdragers van de aangever. De Hoge Raad heeft overwogen dat het hof niet expliciet hoefde te reageren op dit (voorwaardelijke) verzoek van de verdediging, omdat de klachten niet tot vernietiging konden leiden.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, en de Hoge Raad sloot zich hierbij aan. De reactie van de verdachte zelf op de conclusie werd niet in aanmerking genomen. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot vernietiging van het arrest kon leiden en dat motivering van dit oordeel niet nodig was in het kader van artikel 81 lid 1 RO Pro.

Het arrest werd op 3 juni 2025 gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Röttgering en Posthumus. Het beroep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het arrest van het hof met ontslag van alle rechtsvervolging en oplegging van TBS met dwangverpleging blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03553
Datum3 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 september 2024, nummer 21-002757-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. Scholte bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. Nu deze reactie is verwoord in een bijlage van de hand van de verdachte zelf, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 juni 2025.