ECLI:NL:HR:2025:596
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente over de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2017 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk is om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat deze geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreffen, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren en is op 17 april 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.