ECLI:NL:HR:2025:6

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
23/00422
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 360 SvArt. 344a lid 3 SvArt. 3.B Opiumwet
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen hennepteelt

In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van hennepteelt in zijn woning. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte veroordeeld op basis van onder meer een verklaring van een anoniem gebleven persoon. Verdachte stelde in cassatie dat het hof niet had voldaan aan het bijzondere motiveringsvoorschrift van artikel 360 Sv Pro, omdat het hof geen gemotiveerd oordeel had gegeven over de betrouwbaarheid van deze anonieme verklaring.

De Hoge Raad heeft deze klacht beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leidt tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om een gemotiveerd oordeel te geven over de betrouwbaarheid van de anonieme verklaring, mede vanwege artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, dat het hof in bepaalde gevallen kan volstaan zonder uitgebreide motivering.

Het cassatieberoep is daarom verworpen. De uitspraak bevestigt de jurisprudentie dat het hof onder omstandigheden een anonieme verklaring kan gebruiken zonder een uitgebreid gemotiveerd oordeel over de betrouwbaarheid, mits voldaan wordt aan de wettelijke vereisten. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt de veroordeling van verdachte gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen hennepteelt blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00422
Datum14 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 januari 2023, nummer 20-001968-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 januari 2025.