ECLI:NL:HR:2025:600
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in vennootschapsbelastingzaak 2014
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 maart 2023. Dit arrest betrof een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de aanslag vennootschapsbelasting en de daarbij behorende beschikking voor het jaar 2014.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. Er was geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien de klachten geen vragen betroffen die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten zag de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen. Het arrest van de Hoge Raad werd op 17 april 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.