Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
22 april 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor opruiing op grond van artikel 131 lid 1 Sr Pro, omdat hij tijdens de avondklok een bericht in een Facebook-groep had geplaatst dat opruiend was. Het cassatieberoep van de verdachte richtte zich onder meer tegen de bewijsgrondslag van het hof, dat volgens hem ten onrechte niet was gebaseerd op het daadwerkelijk geplaatste bericht.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om nadere motivering te geven, aangezien de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar gezien de opgelegde straf van een geldboete van € 500 en een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uur, zag hij geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en bevestigt daarmee de veroordeling van de verdachte voor opruiing.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor opruiing blijft in stand.