ECLI:NL:HR:2025:648

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2025
Publicatiedatum
18 april 2025
Zaaknummer
23/01665
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 180 SrArt. 182 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen wederspannigheid bij boerenprotest tegen minister

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van wederspannigheid tijdens een boerenprotest nabij de woning van de toenmalige minister voor Natuur en Stikstof. Het hof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte schuldig bevonden op grond van de artikelen 180 juncto 182 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en het middel dat zich richtte tegen het oordeel over de wederspannigheid verworpen. De bewezenverklaring en bewijsvoering, zoals weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal, werden als voldoende onderbouwd beschouwd. De Hoge Raad verwees naar een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2025:646) waarin dezelfde rechtsvraag werd behandeld.

Andere cassatiemiddelen werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording daarvan niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en verwierp het beroep in cassatie, waarmee de veroordeling van de verdachte definitief bleef staan.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen wederspannigheid blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01665
Datum22 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2023, nummer 21-004263-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J.J.E. Stassen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat sprake is van wederspannigheid als bedoeld in de artikelen 180 en 182 van het Wetboek van Strafrecht.
2.2
De bewezenverklaring en de door het hof gebruikte bewijsvoering zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2, 2.3 en 3.4.
2.3
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/01663, ECLI:NL:HR:2025:646.

3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 april 2025.