Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 april 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft Taxeco Adviseurs B.V. cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 februari 2024. Het geschil betreft onder meer de vraag of er een mondelinge afspraak was over de kosten van juridische bijstand en de stelplicht omtrent een evident ongegronde vordering.
De Hoge Raad heeft de klachten van Taxeco beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij is geen nadere motivering gegeven omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Daarnaast heeft de wederpartij gevorderd dat Taxeco wordt veroordeeld in de volledige proceskosten van het cassatiegeding, begroot op € 8.933,26. De Hoge Raad heeft dit verzoek afgewezen en in plaats daarvan een lagere proceskostenveroordeling opgelegd, bestaande uit € 2.463 aan verschotten en € 2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente.
Het arrest is op 25 april 2025 gewezen door een meervoudige kamer van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken. Hiermee is het cassatieberoep verworpen en is de proceskostenveroordeling opgelegd aan Taxeco.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Taxeco wordt verworpen en Taxeco wordt veroordeeld in een deel van de proceskosten van het cassatiegeding.