ECLI:NL:HR:2025:692
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken wettelijke basis
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam inzake verzet tegen een eerdere uitspraak over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en concludeerde dat op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie alleen kennis kan worden genomen van cassatieberoepen tegen bestuursrechterlijke uitspraken indien dit bij wet is bepaald. Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie openstelt tegen uitspraken van de rechtbank in geschillen betreffende de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende wordt teruggegeven. Het arrest werd op 25 april 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken wettelijke basis.