Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
13 mei 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 13 mei 2025 het arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2022 vernietigd in een zaak waarin verdachte werd verdacht van medeplegen van witwassen van een geldbedrag van € 13.000.
Het hof had geoordeeld dat het geld afkomstig was uit de eigen handel van verdachte in heroïne, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet begrijpelijk is. De gebruikte bewijsmiddelen hadden alleen betrekking op de omstandigheden waaronder het geld werd aangetroffen, maar boden geen voldoende basis om te concluderen dat het geld uit de eigen handel van verdachte kwam.
De Hoge Raad volgde daarmee het advies van de advocaat-generaal en vernietigde het arrest uitsluitend voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.