Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
20 mei 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een poging tot zware mishandeling waarbij de verdachte meerdere steekbewegingen met een mes uitvoerde in de handen van de aangeefster na een ruzie in de keuken van de woning van verdachte. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld, waarbij de vraag speelde of sprake was van noodweerexces volgens artikel 41 lid 1 en Pro 2 Sr.
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden.
De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep werd derhalve verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Kooijmans en Kuiper, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Schnetz, tijdens een openbare terechtzitting op 20 mei 2025.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor poging tot zware mishandeling.