Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:747

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2025
Publicatiedatum
15 mei 2025
Zaaknummer
24/02283
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 SrArt. 289 SrArt. 322 lid 4 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak gekwalificeerde doodslag en poging tot moord

In deze zaak stond de verdachte terecht voor gekwalificeerde doodslag op de man van een restauranthouder en poging tot moord op een restaurantbezoeker. De feiten speelden zich af in 2019 in Amsterdam, waar de verdachte op klaarlichte dag met een vuurwapen in een pizzeria schoot.

Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld, waarbij onder meer de vraag speelde of uit de bewijsvoering kon worden afgeleid dat de doodslag met het oogmerk was gepleegd om de poging tot moord te faciliteren. Daarnaast was er discussie over de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep en de afwijzing van verzoeken tot het horen van getuigen en het houden van een reconstructie.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is uitgesproken op 20 mei 2025 door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Röttgering en Kooijmans. Het beroep van de verdachte is verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen, waardoor het arrest van het hof Amsterdam in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02283
Datum20 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 juni 2024, nummer 23-002199-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 mei 2025.