ECLI:NL:HR:2025:776

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
23/03095
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311.1.4 SrArt. 9.4 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onrechtmatige cumulatie van gevangenisstraf en taakstraf

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor diefstal en medeplegen van diefstal, waarbij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 386 dagen werd opgelegd naast een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze strafoplegging. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging vanwege strijd met artikel 9.4 Sr, dat het opleggen van een taakstraf naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan zes maanden verbiedt.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte een cumulatie van straffen had opgelegd die niet wettelijk is toegestaan. Het cassatiemiddel werd gegrond verklaard en de Hoge Raad vernietigde de strafoplegging, waarbij de zaak werd terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en beslissing over de straf. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van de regels omtrent cumulatie van straffen en bevestigt dat taakstraffen niet naast onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van meer dan zes maanden mogen worden opgelegd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onrechtmatige cumulatie van straffen en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03095
Datum3 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 juli 2023, nummer 22-003811-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

2.1
Het eerste cassatiemiddel klaagt dat het hof een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen heeft opgelegd.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 8. Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede cassatiemiddel niet nodig.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 juni 2025.