ECLI:NL:HR:2025:780

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
24/02327
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervallen recht tot strafvordering wegens overlijden verdachte in cassatie

In deze strafzaak was het openbaar ministerie in cassatie gegaan tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag. De verdachte, geboren in Afghanistan in 1946, overleed op 24 maart 2025, zoals blijkt uit een gewaarmerkt afschrift van de burgerlijke stand.

Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt door het overlijden van de verdachte het recht tot strafvordering. De Hoge Raad vernietigde daarom zowel het arrest van het hof als de uitspraak van de rechtbank Den Haag en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Deze beslissing betekent dat de strafprocedure tegen de verdachte niet kan worden voortgezet vanwege diens overlijden, waarmee de zaak definitief wordt afgesloten.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02327
Datum20 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 juni 2024, nummer 22-001197-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] (Afghanistan) op [geboortedatum] 1946,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie.

2.Overlijden van de verdachte

Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van [plaats] gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 24 maart 2025 overleden.
Daarom is op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 april 2022;
- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 mei 2025.