Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
23 mei 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een makelaar jegens kopers van een woonhuis centraal vanwege onjuiste informatie over de oppervlakte en inhoud van de woning. De kopers stelden dat de makelaar onrechtmatig had gehandeld en daardoor schade hadden geleden.
De procedure begon bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarna het gerechtshof ’s-Hertogenbosch het geschil behandelde. Het hof oordeelde dat er sprake was van een onrechtmatige daad en dat de makelaar aansprakelijk was voor de schade die de kopers hadden geleden door de onjuiste informatie.
De makelaar stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad verwierp het beroep. De Hoge Raad vond dat de klachten onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen. Tevens wees de Hoge Raad op het ontbreken van noodzaak tot nadere motivering omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad veroordeelde de makelaar tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de kopers. Hiermee blijft de aansprakelijkheid van de makelaar onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de makelaar wordt verworpen en de aansprakelijkheid voor onjuiste informatie blijft gehandhaafd.