ECLI:NL:HR:2025:797

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2025
Publicatiedatum
22 mei 2025
Zaaknummer
24/02345
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid makelaar voor onjuiste informatie over woningoppervlakte

In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een makelaar jegens kopers van een woonhuis centraal vanwege onjuiste informatie over de oppervlakte en inhoud van de woning. De kopers stelden dat de makelaar onrechtmatig had gehandeld en daardoor schade hadden geleden.

De procedure begon bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarna het gerechtshof ’s-Hertogenbosch het geschil behandelde. Het hof oordeelde dat er sprake was van een onrechtmatige daad en dat de makelaar aansprakelijk was voor de schade die de kopers hadden geleden door de onjuiste informatie.

De makelaar stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad verwierp het beroep. De Hoge Raad vond dat de klachten onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen. Tevens wees de Hoge Raad op het ontbreken van noodzaak tot nadere motivering omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad veroordeelde de makelaar tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de kopers. Hiermee blijft de aansprakelijkheid van de makelaar onverminderd van kracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de makelaar wordt verworpen en de aansprakelijkheid voor onjuiste informatie blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/02345
Datum23 mei 2025
ARREST
In de zaak van
1. [de v.o.f.],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [de makelaar],
wonende te [woonplaats],
3. [medevennoot van de makelaar],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: M.B.A. Alkema,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [kopers van de woning],
advocaat: R.T. Wiegerink.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/392244 / HA ZA 21-698 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 maart 2022 en 5 oktober 2022;
b. het arrest in de zaak 200.318.667/01 van het gerechtshof ʼs-Hertogenbosch van 19 maart 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[kopers van de woning] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [kopers van de woning] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [kopers van de woning] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
23 mei 2025.