Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
27 mei 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam in een economische strafzaak over het voorhanden hebben van 2.500 kilogram illegaal vuurwerk in een loods en buiten een daartoe vergunde inrichting. De verdachte werd veroordeeld, maar stelde cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdediging beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest, zodat het beroep voor het overige wordt verworpen. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met twaalf maanden. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafoplegging en vermindert de gevangenisstraf tot elf maanden en twee weken. Het arrest is uitgesproken op 27 mei 2025 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.