Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
3 juni 2025.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 december 2022, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het geschil betrof de toerekening van het voordeel aan de betrokkene in het kader van medeplegen van grootschalige phishingfraude.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatiefase is overschreden, maar verbindt hieraan geen rechtsgevolgen in deze ontnemingszaak. In de samenhangende strafzaak zal de termijnoverschrijding nader worden beoordeeld.
Uiteindelijk wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering blijft gehandhaafd.