Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
17 juni 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin het klaagschrift over conservatoir beslag op bitcoins, personenauto’s, contant geld en diverse goederen niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank had vastgesteld dat over deze voorwerpen onherroepelijk was beslist in een eerdere strafzaak waarin de voorwerpen waren verbeurdverklaard.
Klager verzocht teruggave van de inbeslaggenomen goederen, maar de Hoge Raad oordeelde dat vanwege de onherroepelijke uitspraak in de strafzaak geen nieuwe beslissing op het klaagschrift kan volgen. Het feit dat het beslag ook conservatoir blijft rusten op de goederen doet hieraan niet af.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking voor zover het ging om voorwerpen waarvan teruggave was gelast, met terugwijzing naar de rechtbank, maar niet-ontvankelijkheid voor het overige. De Hoge Raad volgde dit niet en verklaarde het beroep geheel niet-ontvankelijk. Hiermee is het besluit van de rechtbank definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat over de inbeslaggenomen voorwerpen al onherroepelijk is beslist.