Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor seksueel misbruik van een aan hem toevertrouwd minderjarig meisje en het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing. Het hof legde een gevangenisstraf van dertig maanden op, waarvan acht maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht. Tevens werd het bevel gegeven dat deze bijzondere voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
De Hoge Raad beoordeelde in cassatie het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid en stelde vast dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er ernstig rekening moet worden gehouden met het risico dat de verdachte opnieuw een misdrijf pleegt dat de lichamelijke onaantastbaarheid van personen bedreigt. De motivering van het hof voldeed niet aan de vereisten zoals geformuleerd in eerdere jurisprudentie (HR 2015:537).
Daarom vernietigde de Hoge Raad het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht, maar liet de rest van het arrest van het hof in stand. De zaak werd door de Hoge Raad zelf afgedaan. Hiermee wordt benadrukt dat een rechterlijke motivering bij een bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid zorgvuldig en expliciet moet zijn, vanwege de verstrekkende gevolgen voor de veroordeelde.
Uitkomst: Het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.