ECLI:NL:HR:2025:854

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2025
Publicatiedatum
5 juni 2025
Zaaknummer
24/03077
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 2:8 BWArt. 2:349a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing cassatieberoep inzake onmiddellijke voorzieningen Ondernemingskamer

In deze zaak hebben FM1 c.s. en MHR1 c.s. cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam, waarin verzoeken om nadere onmiddellijke voorzieningen werden afgewezen en eerdere voorzieningen in stand bleven. De Ondernemingskamer had eerder deze besluiten genomen in een complexe ondernemingsrechtelijke procedure.

De Hoge Raad heeft de klachten van beide partijen beoordeeld maar oordeelde dat deze geen aanleiding geven tot vernietiging van de bestreden beschikking. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad wees het principale en incidentele cassatieberoep af en veroordeelde beide partijen in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 6 juni 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het principale en incidentele cassatieberoep en veroordeelt partijen in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/03077
Datum6 juni 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
1. FM1 INVEST GERMANY B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. [verzoeker 2] , in zijn hoedanigheid van door de ondernemingskamer benoemde bestuurder van FM1,
kantoorhoudende te [plaats],
VERZOEKERS tot cassatie, verweerders in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: FM1 c.s.,
advocaat: H. Boom,
tegen
1. M.H.R. 1 INVESTMENTS MANAGEMENT LTD.,
gevestigd te Tel Aviv, Israël,
2. [verweerder 2] ,
wonende te [woonplaats] , Israël,
3. [verweerder 3] ,
wonende te Israël,
VERWEERDERS in cassatie, verzoekers in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: MHR1 c.s.,
advocaat: B.T.M. van der Wiel,
4. KRIJNBURG B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
5. [verweerder 5] , in zijn hoedanigheid van door de ondernemingskamer benoemde beheerder van de aandelen in FM1,
kantoorhoudende te [plaats],
6. [verweerder 6] ,
wonende te [woonplaats] , Duitsland,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: Krijnburg, [verweerder 5] en [verweerder 6] ,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak 200.327.158/03 OK van ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 20 juli 2023, 6 december 2023 en 8 mei 2024.
FM1 c.s. hebben tegen de beschikking van het hof van 8 mei 2024 beroep in cassatie ingesteld.
MHR1 c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingediend.
FM1 c.s. en MHR1 c.s. hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Krijnberg, [verweerder 5] en [verweerder 6] hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep en van het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van FM1 c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt FM1 c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van MHR1 c.s. begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien FM1 c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan en aan de zijde van Krijnburg, [verweerder 5] en [verweerder 6] begroot op nihil;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt MHR1 c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FM1 c.s. begroot op € 2.200,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en raadsheren F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
6 juni 2025.