Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
10 juni 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor schuldwitwassen van een bedrag van €9.958, afkomstig uit telefoonfraude. Het hof stelde vast dat verdachte zijn bankpas en pincode aan een derde had gegeven, die het geld op zijn rekening liet storten en vrijwel direct contant opnam.
De verdachte voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte had bewezen verklaard dat hij het geld had 'verworven' en 'voorhanden had'. De Hoge Raad bevestigde dat voor het 'voorhanden hebben' feitelijke zeggenschap vereist is, wat het hof terecht aannam. Het hof had echter onvoldoende bewijs voor het 'verwerven', omdat niet was vastgesteld dat verdachte zelf betrokken was bij de transacties.
Desondanks leidde dit niet tot vernietiging, omdat het hof het 'voorhanden hebben' had bewezenverklaard en er sprake was van eendaadse samenloop. De Hoge Raad wees ook andere klachten af en constateerde dat de redelijke termijn was overschreden, maar verbond daaraan geen gevolgen. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor schuldwitwassen met een taakstraf van 30 uren.