ECLI:NL:HR:2025:884
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslagen 2018 en 2019
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 augustus 2024. Dit arrest betrof het hoger beroep van belanghebbende en de Inspecteur over de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2018 en 2019.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Gelet op artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is de Hoge Raad niet verplicht om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het arrest is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2025 door de raadsheren Feteris, Boerlage en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.