ECLI:NL:HR:2025:907

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2025
Publicatiedatum
13 juni 2025
Zaaknummer
24/02823
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake dwangsommen en gezag van gewijsde

In deze zaak heeft [eiseres] B.V. in liquidatie cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juli 2024, waarin de vraag centraal stond of verweerders dwangsommen hadden verbeurd. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland en arresten van het hof ter onderbouwing van het procesverloop.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van [eiseres] schriftelijk heeft gereageerd. De Hoge Raad heeft de klachten van [eiseres] beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en [eiseres] veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €2.463 aan verschotten en €2.200 aan salaris voor de zijde van verweerder 1, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig betaald. Voor verweerder 1 B.V. is nihil begroot. Het arrest is op 13 juni 2025 gewezen en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/02823
Datum13 juni 2025
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V. IN LIQUIDATIE,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: A.C. van Schaick,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder 1],
advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms,
2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerder 1] B.V.,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/524883 / HL ZA 21-201 van de rechtbank Midden-Nederland van 22 september 2021 en 4 januari 2023;
b. de arresten in de zaak 200.325.284/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 oktober 2023 en 2 juli 2024.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 2 juli 2024 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder 1] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Tegen [verweerder 1] B.V. is verstek verleend.
De zaak is voor [verweerder 1] toegelicht door zijn advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van [verweerder 1] B.V. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
13 juni 2025.