Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 juni 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft [eiseres] B.V. in liquidatie cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juli 2024, waarin de vraag centraal stond of verweerders dwangsommen hadden verbeurd. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland en arresten van het hof ter onderbouwing van het procesverloop.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van [eiseres] schriftelijk heeft gereageerd. De Hoge Raad heeft de klachten van [eiseres] beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en [eiseres] veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €2.463 aan verschotten en €2.200 aan salaris voor de zijde van verweerder 1, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig betaald. Voor verweerder 1 B.V. is nihil begroot. Het arrest is op 13 juni 2025 gewezen en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.