In deze zaak heeft X beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 3 december 2024. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Daarom heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Er is geen aanleiding gezien om de proceskosten aan X op te leggen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Faase, Cools en Peters en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.