ECLI:NL:HR:2025:941
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2017-2020
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 3 september 2024, waarin het verzet tegen de ambtshalve vermindering van de belastingaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor de jaren 2017 tot en met 2020 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. Klachten die als nieuwe gronden buiten de termijn zijn voorgesteld, zijn niet in behandeling genomen. De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door de raadsheren Feteris, van der Voort Maarschalk en van Roij en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank Den Haag bevestigd.