Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het zesde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tiende cassatiemiddel
4.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
5.Beslissing
24 juni 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd vrijgesproken van medeplegen witwassen, maar een gevangenisstraf van 21 maanden kreeg opgelegd.
De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat, met vermindering van de straf. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de bewezenverklaring en kwalificatie niet tot cassatie leiden, conform de conclusie van de advocaat-generaal.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden door late aanlevering van stukken en de lange duur van het cassatieproces. Dit leidde tot vermindering van de straf tot 20 maanden gevangenisstraf.
De overige klachten werden verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 24 juni 2025.
Uitkomst: Strafvermindering van 21 naar 20 maanden gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn, vrijspraak medeplegen witwassen bevestigd.