Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
4.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor gewoontewitwassen, deelneming aan een criminele organisatie, bezit van cocaïne en MDMA, en het voorhanden hebben van een valse identiteitskaart.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte cassatiemiddelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest, behalve wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, mede doordat stukken te laat door het hof zijn ingezonden en het cassatieberoep meer dan twee jaar heeft geduurd. Daarom wordt de strafduur verminderd van 42 maanden naar 38 maanden.
Het beroep wordt voor het overige verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 1 juli 2025.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 42 naar 38 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.